Meer regie én samenhangende zorg met geriatrisch zorgmodel

Gepost op 29 september 2009

Het achtste transitie-experiment is gehonoreerd. Ouderennet VUmc en partners hebben goedkeuring van het Nationaal programma Ouderenzorg om te starten met hun transitie-experiment het geriatrisch zorgmodel. Dit model richt zich op meer regie van de ouderen in hun eigen zorg en goed afgestemde ketenzorg. Ervaringen van de ouderen, mantelzorgers en uitvoerende zorgprofessionals worden gebruikt om de zorg voortdurend te verbeteren. Gevolg: een echt patiëntgerichte zorgketen.

Het is helaas nog vaak zo dat kwetsbare ouderen gebruik maken van meerdere hulpverleners. De zorg die ze krijgen wordt in veel gevallen onvoldoende op elkaar afgestemd. Bovendien is er weinig inbreng van de oudere zelf. Dat is niet alleen vervelend voor de ouderen die het betreft. Ook voor de afzonderlijke zorgverleners is het lastig de ouderen goed te helpen omdat ze geen overzicht hebben over de zorg die iemand precies krijgt.

De oudere centraal in samenhangende zorg

Ouderennet VUmc werkt aan de oplossing van dit probleem door de zorg aan te bieden volgens het Geriatrisch Zorgmodel. Daniëlle Jansen, postdoc onderzoeker bij VUmc: “Het model moet ouderen helpen meer te zeggen over eigen zorg, zodat zij echt centraal staan. Daarnaast willen we zorgen voor betere afstemming tussen alle betrokkenen bij de zorg van de oudere.” Hiervoor worden ouderen met een complexe zorgvraag in overleg met de huisarts opgespoord in het huisartsinformatiesysteem en via signalering door alle zorgprofessionals van het netwerk. Tijdens een geriatrisch assessment brengen getrainde praktijkondersteuners van de huisarts-ouderenzorg vervolgens met de oudere in kaart welke gezondheidsproblemen en - risico's er zijn. Ook wordt vastgelegd welke medicijnen ze gebruiken, welke zorgwensen er zijn en of ze tegenstrijdige adviezen krijgen. Samen met de oudere wordt een zorgplan opgesteld.

Ondersteuner en faciliterend team

“Het versterken van de regierol van de oudere verzorgt de praktijkondersteuner-ouderenzorg”, vertelt Jansen. “Deze gaat voortdurend na wat een oudere wil en kan. En hij maakt de oudere duidelijk welke keuzemogelijkheden er zijn en voorziet de oudere van de benodigde informatie om keuzen te maken. Alleen dan kan die keuze ook gemaakt worden.” De praktijkondersteuners ontvangen scholing in het versterken van de regierol. Een faciliterend team, dat bestaat uit een specialist ouderengeneeskunde en een geriatrisch verpleegkundige, stuurt aan op daadwerkelijke uitvoering van gewenste zorg en verbetering van de zorgverlening. Jansen: “Zij coachen de praktijkondersteuners en signaleren mogelijkheden om de zorg te verbeteren. Zo vragen we zorggebruikers en zorgprofessionals ieder half jaar naar hun ervaringen met de nieuwe zorg. Zo scherpen we het model aan, zodat die kwaliteitsverbetering van de zorg er echt komt.” Bij complexe zorgsituaties kan het faciliterend team door de huisarts en praktijkondersteuner ingeschakeld worden om een multidisciplinair overleg te organiseren. Het team geeft dan advies.

In voorbereiding

De schets voor het model ligt er, de voorbereidingen zijn in volle gang.Dit najaar vindt er een pilot plaats in een huisartsenpraktijk in Amsterdam om na te gaan hoe het opsporen van kwetsbare ouderen het beste aangepakt kan worden. Dit gebeurt op verzoek van de themagroep ‘identificatie’ van Ouderennet VUmc en partners. Jansen: “Daarvoor gaan we ook in gesprek met ouderen. Vinden zij zichzelf kwetsbaar?

Meer informatie

Kijk voor meer informatie op de website van Ouderennet VUmc of neem contact op met mevrouw dr. A.P.D. Jansen, postdoc onderzoeker/onderzoekscoördinator NPO
telefoon: 020-4448199
e-mail: d.jansen@vumc.nl