Kenmerken

Het Nationaal Programma Ouderenzorg wil de zorg aan ouderen verbeteren door samenwerking, projecten en betrokkenheid van ouderen. Dit zijn belangrijke kenmerken van het programma:

  • Regionale afstemming
    Eerste stap is het ontwikkelen van regionale netwerken. Daarin is iedereen die een rol heeft in de ouderenzorg vertegenwoordigd zoals een vertegenwoordiger van de ouderen, de huisarts, de apotheek, de gemeente en de verzekeraar. Als regionale netwerken de samenwerking op bestuurlijk niveau hebben geregeld en doelen hebben vastgesteld kunnen ze subsidie aanvragen voor projecten. Deze regio’s groeien samen uit tot een netwerk dat landelijk dekkend is.
  • Oudere als uitgangspunt
    Uit de plannen die de regio’s maken, moet blijken dat zij de problemen en behoeften van ouderen als uitgangspunt nemen. Bijvoorbeeld door ouderenpanels en enquêtes. Ook moeten er in de netwerken ouderen zitten die hun ervaringsdeskundigheid inbrengen. Om hen te ondersteunen heeft ZonMw de Centrale Samenwerkende Ouderenorganisaties (CSO) opdracht gegeven een project op te starten, Krachtig Cliëntperspectief.
  • Vernieuwing brengen
    -    Elk regionaal netwerk ontwikkelt experimenten om de zorg anders te organiseren en verbeteringen meetbaar te maken. Daarbij mogen ze over grenzen van bestaande financieringsstromen heen denken.
    -    De regio’s verwerven nieuwe kennis. Bijvoorbeeld over preventie, diagnostiek en behandeling.
    -    Bestaande en nieuwe kennis wordt geimplementeerd. Dat gebeurt in samenwerking met opleidings- en kennisinstituten en beroeps- en cliëntenorganisaties.
  • Meerwaarde aantonen
    De regio’s meten de uitkomsten van projecten met een vaste set van indicatoren. Dat zorgt ervoor dat de uitkomsten tussen de verschillende regio’s met elkaar vergeleken kunnen worden. Bijvoorbeeld of de zelfredzaamheid is toegenomen en of de ervaren kwaliteit van leven beter is.